Betekenis van het woord affairs in het Nederlands

Wat betekent affairs in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

affairs

US /əˈferz/
UK /əˈfeəz/

Meervoudig Zelfstandig Naamwoord

1.

zaken, aangelegenheden

matters of public interest and importance

Voorbeeld:
The newspaper covers current affairs.
De krant behandelt actuele zaken.
He is an expert in foreign affairs.
Hij is een expert in buitenlandse zaken.
2.

persoonlijke zaken, belangen

personal business or concerns

Voorbeeld:
I need to attend to some personal affairs.
Ik moet me bezighouden met enkele persoonlijke zaken.
Mind your own affairs.
Bemoei je met je eigen zaken.
3.

affaire, buitenechtelijke relatie

a secret sexual relationship between two people, one or both of whom are married to someone else

Voorbeeld:
He was having an affair with his secretary.
Hij had een affaire met zijn secretaresse.
The scandal involved several high-profile affairs.
Het schandaal omvatte verschillende spraakmakende affaires.