Betekenis van het woord affiance in het Nederlands

Wat betekent affiance in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

affiance

US /əˈfaɪəns/
UK /əˈfaɪəns/

Werkwoord

verloven, beloven te trouwen

to betroth (a person); to bind by promise of marriage

Voorbeeld:
•
He plans to affiance his daughter to a wealthy merchant.
Hij is van plan zijn dochter te verloven met een rijke koopman.
•
They were affianced in a private ceremony.
Ze werden verloofd in een privéceremonie.

Zelfstandig Naamwoord

verloving, huwelijksbelofte

a betrothal; an engagement to be married

Voorbeeld:
•
Their affiance was celebrated with a small family gathering.
Hun verloving werd gevierd met een kleine familiebijeenkomst.
•
The period of affiance allowed them to get to know each other better.
De periode van verloving stelde hen in staat elkaar beter te leren kennen.