Betekenis van het woord apoplexy in het Nederlands

Wat betekent apoplexy in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

apoplexy

US /ˈæp.ə.plek.si/
UK /ˈæp.ə.plek.si/

Zelfstandig Naamwoord

1.

apoplexie, beroerte

unconsciousness or incapacity resulting from a cerebral hemorrhage or stroke

Voorbeeld:
The old man suffered an attack of apoplexy and collapsed.
De oude man kreeg een aanval van apoplexie en zakte in elkaar.
He was diagnosed with apoplexy after the sudden collapse.
Hij werd gediagnosticeerd met apoplexie na de plotselinge instorting.
2.

woedeaanval, razernij

extreme anger or indignation

Voorbeeld:
He was in a state of apoplexy when he heard the news.
Hij was in een staat van apoplexie toen hij het nieuws hoorde.
The manager went into a fit of apoplexy over the missed deadline.
De manager kreeg een aanval van apoplexie over de gemiste deadline.