Betekenis van het woord auto in het Nederlands

Wat betekent auto in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

auto

US /ˈɑː.t̬oʊ/
UK /ˈɔː.təʊ/
"auto" picture

Zelfstandig Naamwoord

auto

a car

Voorbeeld:
•
He drove his new auto to work.
Hij reed met zijn nieuwe auto naar het werk.
•
The mechanic repaired the damaged auto.
De monteur repareerde de beschadigde auto.

Bijvoeglijk Naamwoord

automatisch

automatic

Voorbeeld:
•
The camera has an auto focus feature.
De camera heeft een autofocusfunctie.
•
Set the washing machine to auto mode.
Zet de wasmachine op de automatische stand.