Betekenis van het woord barf in het Nederlands

Wat betekent barf in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

barf

US /bɑːrf/
UK /bɑːf/

Werkwoord

kotsen, braken

to vomit

Voorbeeld:
•
He felt so sick that he thought he was going to barf.
Hij voelde zich zo ziek dat hij dacht dat hij moest kotsen.
•
The smell of the rotten food made her want to barf.
De geur van het rotte eten deed haar willen kotsen.

Zelfstandig Naamwoord

braaksel, kots

vomit

Voorbeeld:
•
There was barf all over the floor after the party.
Er lag overal braaksel op de vloer na het feest.
•
He quickly cleaned up the dog's barf.
Hij ruimde snel het braaksel van de hond op.