Betekenis van het woord bash in het Nederlands

Wat betekent bash in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

bash

US /bæʃ/
UK /bæʃ/

Werkwoord

1.

slaan, rammen

to strike hard and violently

Voorbeeld:
•
He tried to bash the door open with his shoulder.
Hij probeerde de deur met zijn schouder open te slaan.
•
The waves bashed against the rocks.
De golven sloegen tegen de rotsen.
2.

afkraken, bekritiseren

to criticize severely

Voorbeeld:
•
The critics bashed the new movie.
De critici kraakten de nieuwe film af.
•
Don't bash your colleagues behind their backs.
Kraak je collega's niet af achter hun rug.

Zelfstandig Naamwoord

1.

klap, stoot

a heavy blow or hit

Voorbeeld:
•
He took a hard bash to the head.
Hij kreeg een harde klap op zijn hoofd.
•
The car suffered a minor bash on the bumper.
De auto liep een kleine deuk op de bumper op.
2.

feest, partij

a party or social gathering

Voorbeeld:
•
We're having a big bash for her birthday.
We geven een groot feest voor haar verjaardag.
•
It was a lively bash with lots of music and dancing.
Het was een levendig feest met veel muziek en dans.