Betekenis van het woord bath in het Nederlands

Wat betekent bath in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

bath

US /bæθ/
UK /bɑːθ/
"bath" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

bad, badbeurt

an act of washing one's body, typically by immersing oneself in water in a bathtub

Voorbeeld:
•
I'm going to take a warm bath to relax.
Ik ga een warm bad nemen om te ontspannen.
•
The baby loves his evening bath.
De baby houdt van zijn avondbad.
2.

badkuip, bad

a large container, typically rectangular, in which to wash oneself

Voorbeeld:
•
The new bathroom has a beautiful claw-foot bath.
De nieuwe badkamer heeft een prachtig bad op pootjes.
•
She filled the bath with warm water and bubbles.
Ze vulde het bad met warm water en bubbels.

Werkwoord

baden, wassen

to wash (someone or something) in a bath

Voorbeeld:
•
She needs to bath the dog before guests arrive.
Ze moet de hond baden voordat de gasten arriveren.
•
He carefully bathed the wound with antiseptic.
Hij waste de wond voorzichtig met antisepticum.