Betekenis van het woord "be on" in het Nederlands

Wat betekent "be on" in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

be on

US /bi ɑn/
UK /bi ɒn/

Frasaal Werkwoord

1.

uitgezonden worden, opgevoerd worden

to be broadcast or performed

Voorbeeld:
What's on TV tonight?
Wat is er vanavond op tv?
The play will be on for another two weeks.
Het toneelstuk zal nog twee weken te zien zijn.
2.

gepland, doorgaan

to be scheduled to happen

Voorbeeld:
The meeting is still on for 3 PM.
De vergadering staat nog steeds gepland voor 15.00 uur.
Is the party still on for Saturday?
Gaat het feest zaterdag nog steeds door?
3.

aan, functioneren

to be taking place or functioning

Voorbeeld:
The lights are on.
De lichten zijn aan.
The heating is on, so it should get warm soon.
De verwarming staat aan, dus het wordt snel warm.