Betekenis van het woord beef in het Nederlands

Wat betekent beef in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

beef

US /biːf/
UK /biːf/
"beef" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

rundvlees

the flesh of a cow, bull, or ox, used as food

Voorbeeld:
•
We had roast beef for dinner.
We hadden gebraden rundvlees voor het avondeten.
•
This restaurant is known for its high-quality beef.
Dit restaurant staat bekend om zijn hoogwaardige rundvlees.
2.

klacht, bezwaar

a complaint or grievance

Voorbeeld:
•
What's your beef with him?
Wat is jouw probleem met hem?
•
My main beef is the lack of communication.
Mijn voornaamste klacht is het gebrek aan communicatie.

Werkwoord

klagen, mopperen

to complain

Voorbeeld:
•
He's always beefing about the workload.
Hij is altijd aan het klagen over de werkdruk.
•
Don't beef to me about your problems.
Klaag niet bij mij over je problemen.