Betekenis van het woord bengali in het Nederlands

Wat betekent bengali in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

bengali

US /beŋˈɡɔː.li/
UK /beŋˈɡɔː.li/
"bengali" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

Bengaal, Bengaalse

a native or inhabitant of Bengal, or a person of Bengali descent.

Voorbeeld:
•
Many Bengalis celebrate Pohela Boishakh, the Bengali New Year.
Veel Bengalen vieren Pohela Boishakh, het Bengaalse Nieuwjaar.
•
She is a talented artist of Bengali origin.
Zij is een getalenteerde kunstenares van Bengaalse afkomst.
2.

Bengaals

the Indo-Aryan language spoken in Bangladesh and the Indian state of West Bengal.

Voorbeeld:
•
She is fluent in both English and Bengali.
Ze spreekt vloeiend Engels en Bengaals.
•
The book was translated from Bengali into English.
Het boek werd vertaald van het Bengaals naar het Engels.

Bijvoeglijk Naamwoord

Bengaals

relating to Bengal, its people, or its language.

Voorbeeld:
•
The restaurant serves authentic Bengali cuisine.
Het restaurant serveert authentieke Bengaalse gerechten.
•
She is studying Bengali literature at the university.
Ze studeert Bengaalse literatuur aan de universiteit.