Betekenis van het woord bishopric in het Nederlands

Wat betekent bishopric in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

bishopric

US /ˈbɪʃ.ə.prɪk/
UK /ˈbɪʃ.ə.prɪk/

Zelfstandig Naamwoord

1.

bisschopsambt, bisdom

the office or rank of a bishop

Voorbeeld:
•
He was elevated to the bishopric after years of dedicated service.
Hij werd verheven tot het bisschopsambt na jaren van toegewijde dienst.
•
The new bishopric was announced last week.
Het nieuwe bisschopsambt werd vorige week aangekondigd.
2.

bisdom, bisschoppelijk gebied

the diocese or district over which a bishop has jurisdiction

Voorbeeld:
•
The ancient cathedral is the heart of the entire bishopric.
De oude kathedraal is het hart van het hele bisdom.
•
He traveled extensively throughout his bishopric to visit parishes.
Hij reisde uitgebreid door zijn bisdom om parochies te bezoeken.