Betekenis van het woord buss in het Nederlands

Wat betekent buss in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

buss

US /bʌs/
UK /bʌs/

Werkwoord

kussen, zoenen

to kiss, especially with a loud, smacking sound

Voorbeeld:
She leaned over and gave her baby a big buss on the cheek.
Ze boog zich voorover en gaf haar baby een dikke kus op de wang.
He would often buss his wife goodbye before leaving for work.
Hij kuste zijn vrouw vaak gedag voordat hij naar zijn werk ging.

Zelfstandig Naamwoord

kus, zoen

a kiss, especially a loud, smacking one

Voorbeeld:
She gave her grandmother a warm buss on the cheek.
Ze gaf haar grootmoeder een warme kus op de wang.
He blew her a playful buss across the room.
Hij blies haar een speelse kus toe door de kamer.