Betekenis van het woord cheating in het Nederlands
Wat betekent cheating in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
cheating
US /ˈtʃiːtɪŋ/
UK /ˈtʃiːtɪŋ/
Zelfstandig Naamwoord
valsspelen, fraude
the act of behaving dishonestly in order to gain an advantage
Voorbeeld:
•
The student was caught cheating on the exam.
De student werd betrapt op valsspelen tijdens het examen.
•
There were accusations of widespread cheating in the election.
Er waren beschuldigingen van wijdverbreide fraude bij de verkiezingen.
Bijvoeglijk Naamwoord
valsspelend, oneerlijk
acting dishonestly or unfairly in order to gain an advantage
Voorbeeld:
•
He was accused of being a cheating husband.
Hij werd beschuldigd van een ontrouwe echtgenoot te zijn.
•
It was a cheating move in the game.
Het was een valsspelende zet in het spel.
Gerelateerd Woord: