Betekenis van het woord christian in het Nederlands

Wat betekent christian in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

christian

US /ˈkrɪs.tʃən/
UK /ˈkrɪs.tʃən/
"christian" picture

Zelfstandig Naamwoord

christen

a person who has received Christian baptism or is a believer in Jesus Christ and his teachings

Voorbeeld:
•
Many Christians attend church on Sundays.
Veel christenen gaan op zondag naar de kerk.
•
She was raised as a Christian.
Ze is opgevoed als christen.

Bijvoeglijk Naamwoord

christelijk

relating to or professing Christianity or its teachings

Voorbeeld:
•
The church held a Christian service.
De kerk hield een christelijke dienst.
•
He lives by strong Christian values.
Hij leeft volgens sterke christelijke waarden.