Betekenis van het woord cleaning in het Nederlands

Wat betekent cleaning in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

cleaning

US /ˈkliː.nɪŋ/
UK /ˈkliː.nɪŋ/
"cleaning" picture

Zelfstandig Naamwoord

schoonmaak, reiniging

the action of making something clean

Voorbeeld:
•
The house needs a thorough cleaning.
Het huis heeft een grondige schoonmaak nodig.
•
She spent the whole day on spring cleaning.
Ze bracht de hele dag door met de voorjaarsschoonmaak.

Werkwoord

schoonmakend

the present participle of clean

Voorbeeld:
•
She is cleaning the windows.
Ze is de ramen aan het schoonmaken.
•
He spent hours cleaning his car.
Hij bracht uren door met het schoonmaken van zijn auto.

Bijvoeglijk Naamwoord

schoonmaak

used for cleaning

Voorbeeld:
•
We need some cleaning supplies.
We hebben wat schoonmaakbenodigdheden nodig.
•
She bought a new cleaning brush.
Ze kocht een nieuwe schoonmaakborstel.