Betekenis van het woord closing in het Nederlands

Wat betekent closing in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

closing

US /ˈkloʊz.zɪŋ/
UK /ˈkləʊ.zɪŋ/
"closing" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

sluiting

an act or instance of closing something

Voorbeeld:
•
The sudden closing of the factory left many people jobless.
De plotselinge sluiting van de fabriek liet veel mensen werkloos achter.
•
The store announced its closing for renovations next month.
De winkel kondigde zijn sluiting aan voor renovaties volgende maand.
2.

afsluiting, slot

the final part of a speech, performance, or other event

Voorbeeld:
•
The speaker delivered a powerful closing statement.
De spreker leverde een krachtige slotverklaring.
•
The fireworks were the grand closing to the festival.
Het vuurwerk was de grootse afsluiting van het festival.

Bijvoeglijk Naamwoord

afsluitend, laatste

final or concluding

Voorbeeld:
•
He made some closing remarks at the end of the meeting.
Hij maakte enkele slotopmerkingen aan het einde van de vergadering.
•
The lawyer presented his closing argument to the jury.
De advocaat presenteerde zijn slotpleidooi aan de jury.