Betekenis van het woord clothe in het Nederlands

Wat betekent clothe in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

clothe

US /kloʊð/
UK /kləʊð/
"clothe" picture

Werkwoord

1.

kleden, aankleden

to put clothes on (someone); to provide with clothes

Voorbeeld:
•
She helped her child clothe himself for school.
Ze hielp haar kind zich te kleden voor school.
•
The charity aims to clothe and feed the homeless.
De liefdadigheidsinstelling streeft ernaar de daklozen te kleden en te voeden.
2.

bedekken, omhullen

to cover or surround something

Voorbeeld:
•
The hills were clothed in mist.
De heuvels waren gehuld in mist.
•
The ancient ruins were clothed in ivy.
De oude ruïnes waren begroeid met klimop.