Betekenis van het woord dates in het Nederlands
Wat betekent dates in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
dates
US /deɪts/
UK /deɪts/
Meervoudig Zelfstandig Naamwoord
dadels
the sweet, edible fruit of the date palm, typically oval and dark brown when ripe
Voorbeeld:
•
She loves eating fresh dates as a snack.
Ze eet graag verse dadels als tussendoortje.
•
Dates are a good source of energy.
Dadels zijn een goede energiebron.
Zelfstandig Naamwoord
1.
data, datums
a particular day or year when an event happened or will happen
Voorbeeld:
•
What are the important dates for this project?
Wat zijn de belangrijke data voor dit project?
•
Please check the expiry dates on these products.
Controleer alstublieft de vervaldata op deze producten.
2.
afspraakjes, dates
social engagements or appointments with someone, especially a romantic one
Voorbeeld:
•
He has a lot of dates this week.
Hij heeft deze week veel afspraakjes.
•
They went on several dates before getting married.
Ze hadden verschillende afspraakjes voordat ze trouwden.
Werkwoord
1.
dateren
to mark with a date
Voorbeeld:
•
Remember to date all your documents.
Vergeet niet al je documenten te dateren.
•
The letter was dated January 15th.
De brief was gedateerd 15 januari.
2.
daten, uitgaan met
to go out with someone on a romantic or social engagement
Voorbeeld:
•
They've been dating for six months.
Ze zijn al zes maanden aan het daten.
•
He's too shy to ask her to date.
Hij is te verlegen om haar mee uit te vragen voor een date.
Gerelateerd Woord: