Betekenis van het woord "do business" in het Nederlands

Wat betekent "do business" in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

do business

US /duː ˈbɪz.nɪs/
UK /duː ˈbɪz.nɪs/

Zinsdeel

1.

zaken doen, handelen

to engage in commercial activity or trade with someone

Voorbeeld:
We've been doing business with that company for years.
We doen al jaren zaken met dat bedrijf.
It's always a pleasure to do business with you.
Het is altijd een genoegen om zaken te doen met u.
2.

zijn behoefte doen, naar het toilet gaan

to use the toilet (euphemism)

Voorbeeld:
Excuse me, I need to go do business.
Pardon, ik moet even mijn behoefte doen.
The dog went outside to do business.
De hond ging naar buiten om zijn behoefte te doen.