Betekenis van het woord doctor in het Nederlands

Wat betekent doctor in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

doctor

US /ˈdɑːk.tɚ/
UK /ˈdɒk.tər/
"doctor" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

dokter, arts

a person who is qualified to practice medicine

Voorbeeld:
•
The doctor examined the patient carefully.
De dokter onderzocht de patiënt zorgvuldig.
•
She wants to become a doctor when she grows up.
Ze wil dokter worden als ze groot is.
2.

doctor, gepromoveerde

a person who has been awarded a doctorate

Voorbeeld:
•
She earned her doctor of philosophy degree last year.
Ze behaalde vorig jaar haar doctor in de filosofie.
•
Please address him as Doctor Smith.
Spreek hem alstublieft aan als doctor Smith.

Werkwoord

1.

vervalsen, manipuleren

to change or falsify something in order to deceive

Voorbeeld:
•
He tried to doctor the accounts to hide the theft.
Hij probeerde de rekeningen te vervalsen om de diefstal te verbergen.
•
Someone must have doctored the evidence.
Iemand moet het bewijs vervalst hebben.
2.

repareren, opknappen

to treat or repair something, especially in a makeshift or informal way

Voorbeeld:
•
He managed to doctor the old engine and get it running again.
Hij slaagde erin de oude motor te repareren en weer aan de praat te krijgen.
•
Can you doctor up this old chair to make it look better?
Kun je deze oude stoel opknappen om hem er beter uit te laten zien?