Betekenis van het woord dressing in het Nederlands

Wat betekent dressing in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

dressing

US /ˈdres.ɪŋ/
UK /ˈdres.ɪŋ/
"dressing" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

dressing, saus

a sauce for salads, typically made of oil, vinegar, and seasonings

Voorbeeld:
•
She poured ranch dressing over her salad.
Ze goot ranch dressing over haar salade.
•
I prefer a light vinaigrette dressing.
Ik geef de voorkeur aan een lichte vinaigrette dressing.
2.

aankleden, kleden

the action of putting on clothes

Voorbeeld:
•
She was still dressing when the doorbell rang.
Ze was nog steeds zich aan het aankleden toen de deurbel ging.
•
He finished dressing and headed out.
Hij maakte zich klaar en ging naar buiten.
3.

vulling, dressing

a mixture of seasoned bread or other food used as a stuffing for roasted poultry or other meat

Voorbeeld:
•
The turkey was served with a delicious herb dressing.
De kalkoen werd geserveerd met een heerlijke kruidenvulling.
•
My grandmother's cornbread dressing is a holiday favorite.
De maïsbroodvulling van mijn grootmoeder is een favoriet tijdens de feestdagen.
4.

verband, zwachtel

material applied to a wound to protect it and promote healing

Voorbeeld:
•
The nurse changed the dressing on his arm.
De verpleegster verving het verband op zijn arm.
•
You need to keep the wound clean and apply a fresh dressing daily.
Je moet de wond schoon houden en dagelijks een vers verband aanbrengen.