Betekenis van het woord drink in het Nederlands

Wat betekent drink in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

drink

US /drɪŋk/
UK /drɪŋk/
"drink" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

drankje, drank

a liquid that can be swallowed as refreshment or nourishment

Voorbeeld:
•
Would you like a drink?
Wilt u een drankje?
•
I need a cold drink after this long walk.
Ik heb een koud drankje nodig na deze lange wandeling.
2.

slok, drankje

an act of drinking

Voorbeeld:
•
He took a long drink from the bottle.
Hij nam een lange slok uit de fles.
•
Let's go for a drink after work.
Laten we na het werk een drankje doen.

Werkwoord

1.

drinken

take (a liquid) into the mouth and swallow

Voorbeeld:
•
She likes to drink coffee in the morning.
Ze houdt ervan om 's ochtends koffie te drinken.
•
You should drink more water.
Je zou meer water moeten drinken.
2.

drinken, alcohol drinken

consume alcohol

Voorbeeld:
•
He doesn't drink much.
Hij drinkt niet veel.
•
Are you going to drink tonight?
Ga je vanavond drinken?