Betekenis van het woord ecclesiastic in het Nederlands
Wat betekent ecclesiastic in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
ecclesiastic
US /ɪˌkliː.ziˈæs.tɪk/
UK /ɪˌkliː.ziˈæs.tɪk/
Zelfstandig Naamwoord
geestelijke, kerkelijke
a clergyman or other person in holy orders
Voorbeeld:
•
The old ecclesiastic delivered a powerful sermon.
De oude kerkelijke hield een krachtige preek.
•
He decided to become an ecclesiastic after years of spiritual study.
Hij besloot geestelijke te worden na jaren van spirituele studie.
Bijvoeglijk Naamwoord
kerkelijk, ecclesiastisch
of or relating to the Christian Church or clergy
Voorbeeld:
•
The council discussed various ecclesiastic matters.
De raad besprak verschillende kerkelijke zaken.
•
He has a deep knowledge of ecclesiastic history.
Hij heeft een diepgaande kennis van de kerkelijke geschiedenis.