Betekenis van het woord fail in het Nederlands

Wat betekent fail in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

fail

US /feɪl/
UK /feɪl/
"fail" picture

Werkwoord

1.

falen, mislukken

be unsuccessful in achieving one's goal

Voorbeeld:
•
He tried his best, but he still failed the exam.
Hij deed zijn best, maar hij faalde toch voor het examen.
•
The company failed to meet its sales targets.
Het bedrijf slaagde er niet in om zijn verkoopdoelstellingen te halen.
2.

verzuimen, nalaten

neglect to do something; omit

Voorbeeld:
•
He failed to mention the most important detail.
Hij verzuimde het belangrijkste detail te vermelden.
•
The lights failed to come on.
De lichten gingen niet aan.
3.

uitvallen, defect raken

cease to function normally

Voorbeeld:
•
The car's brakes failed.
De remmen van de auto faalden.
•
His heart failed during the operation.
Zijn hart stopte tijdens de operatie.

Zelfstandig Naamwoord

mislukking, falen

an act or instance of failing or proving unsuccessful

Voorbeeld:
•
The project was a complete fail.
Het project was een complete mislukking.
•
He considered his marriage a fail.
Hij beschouwde zijn huwelijk als een mislukking.