Betekenis van het woord festivity in het Nederlands

Wat betekent festivity in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

festivity

US /fesˈtɪv.ə.t̬i/
UK /fesˈtɪv.ə.ti/
"festivity" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

feestelijkheid, viering, vreugde

the celebration of something in a joyful and elaborate way

Voorbeeld:
•
The town was filled with a sense of festivity during the annual carnival.
De stad was gevuld met een gevoel van feestelijkheid tijdens het jaarlijkse carnaval.
•
The wedding reception was a scene of great joy and festivity.
De huwelijksreceptie was een tafereel van grote vreugde en feestelijkheid.
2.

feestelijkheden, vieringen

an event or occasion of celebration

Voorbeeld:
•
The town organizes several festivities throughout the year, including a summer fair and a winter parade.
De stad organiseert het hele jaar door verschillende feestelijkheden, waaronder een zomerkermis en een winterparade.
•
The holiday season is marked by numerous religious and cultural festivities.
Het vakantieseizoen wordt gekenmerkt door tal van religieuze en culturele feestelijkheden.