Betekenis van het woord fidgeting in het Nederlands
Wat betekent fidgeting in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
fidgeting
US /ˈfɪdʒ.ɪt.ɪŋ/
UK /ˈfɪdʒ.ɪt.ɪŋ/
Zelfstandig Naamwoord
friemelen, ongedurigheid
the act of making small movements, especially of the hands and feet, through nervousness or impatience
Voorbeeld:
•
His constant fidgeting during the meeting was distracting.
Zijn constante friemelen tijdens de vergadering was storend.
•
The teacher noticed the student's fidgeting and asked if everything was alright.
De leraar merkte het friemelen van de student op en vroeg of alles in orde was.
Bijvoeglijk Naamwoord
friemelend, ongedurig
making small, restless movements
Voorbeeld:
•
The child was very fidgeting during the long sermon.
Het kind was erg friemelend tijdens de lange preek.
•
He had a habit of being fidgeting when he was nervous.
Hij had de gewoonte om friemelend te zijn als hij nerveus was.
Gerelateerd Woord: