Betekenis van het woord flank in het Nederlands

Wat betekent flank in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

flank

US /flæŋk/
UK /flæŋk/
"flank" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

flank, zij

the side of a person's or animal's body between the ribs and the hip

Voorbeeld:
•
The horse had a scar on its flank.
Het paard had een litteken op zijn flank.
•
He felt a sharp pain in his left flank.
Hij voelde een scherpe pijn in zijn linkerflank.
Synoniem:
2.

flank, zijvleugel

the side of a military formation

Voorbeeld:
•
The enemy attacked our left flank.
De vijand viel onze linkerflank aan.
•
They tried to outmaneuver the enemy by attacking their flanks.
Ze probeerden de vijand te slim af te zijn door hun flanken aan te vallen.
Synoniem:

Werkwoord

flankeren, aan de zijkant staan

be on each or on one side of

Voorbeeld:
•
Tall trees flanked the driveway.
Hoge bomen flankeerden de oprit.
•
The general ordered his troops to flank the enemy position.
De generaal beval zijn troepen de vijandelijke positie te flankeren.
Gerelateerd Woord: