Betekenis van het woord floss in het Nederlands

Wat betekent floss in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

floss

US /flɑːs/
UK /flɒs/
"floss" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

tandzijde, floss

a soft thread for cleaning between the teeth

Voorbeeld:
•
Don't forget to use dental floss after brushing.
Vergeet niet om tandzijde te gebruiken na het poetsen.
•
She always carries a small container of floss in her purse.
Ze heeft altijd een klein bakje tandzijde in haar tas.
2.

borduurgaren, zijdegaren

a type of silk or cotton thread used for embroidery

Voorbeeld:
•
She used colorful embroidery floss to create a beautiful design.
Ze gebruikte kleurrijk borduurgaren om een prachtig ontwerp te maken.
•
The kit included various shades of silk floss.
De kit bevatte verschillende tinten zijden borduurgaren.

Werkwoord

flossen

to clean between (one's teeth) with dental floss

Voorbeeld:
•
You should floss your teeth daily for good oral hygiene.
Je moet je tanden dagelijks flossen voor een goede mondhygiëne.
•
He learned how to properly floss his teeth from his dentist.
Hij leerde van zijn tandarts hoe hij zijn tanden correct moest flossen.