Betekenis van het woord foretelling in het Nederlands
Wat betekent foretelling in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
foretelling
US /fɔːrˈtɛlɪŋ/
UK /fɔːˈtɛlɪŋ/
Zelfstandig Naamwoord
voorspelling, voorspellen
the action of predicting the future or a future event
Voorbeeld:
•
Her accurate foretelling of the market crash surprised everyone.
Haar accurate voorspelling van de beurscrash verraste iedereen.
•
Ancient cultures often relied on various methods of foretelling the future.
Oude culturen vertrouwden vaak op verschillende methoden van toekomstvoorspelling.
Werkwoord
voorspellen, voorzeggen
present participle of foretell
Voorbeeld:
•
The oracle was known for foretelling significant events.
De orakel stond bekend om het voorspellen van belangrijke gebeurtenissen.
•
He spent his life foretelling the future through astrology.
Hij bracht zijn leven door met het voorspellen van de toekomst via astrologie.
Gerelateerd Woord: