Betekenis van het woord fuss in het Nederlands

Wat betekent fuss in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

fuss

US /fʌs/
UK /fʌs/
"fuss" picture

Zelfstandig Naamwoord

gedoe, drukte, ophef

a display of unnecessary or excessive excitement, activity, or concern

Voorbeeld:
•
There was a lot of fuss over the new regulations.
Er was veel gedoe over de nieuwe regels.
•
She made a big fuss about having to wait.
Ze maakte veel gedoe over het moeten wachten.

Werkwoord

gedoe maken, zeuren, moeilijk doen

show unnecessary or excessive excitement, activity, or concern

Voorbeeld:
•
Don't fuss over me, I'm fine.
Maak je geen gedoe om mij, ik ben in orde.
•
She tends to fuss about small details.
Ze heeft de neiging om te zeuren over kleine details.