Betekenis van het woord good in het Nederlands

Wat betekent good in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

good

US /ɡʊd/
UK /ɡʊd/
"good" picture

Bijvoeglijk Naamwoord

1.

goed

of high quality or standard

Voorbeeld:
•
She's a very good student.
Ze is een hele goede student.
•
This is a really good book.
Dit is echt een goed boek.
Antoniem:
2.

leuk, aangenaam

pleasant or enjoyable

Voorbeeld:
•
We had a really good time at the party.
We hadden echt een leuke tijd op het feest.
•
The weather is good for a walk.
Het weer is goed voor een wandeling.
3.

goed, deugdzaam

morally right or virtuous

Voorbeeld:
•
It's important to do good deeds.
Het is belangrijk om goede daden te verrichten.
•
He's a very good person.
Hij is een heel goed persoon.

Bijwoord

goed

well; in a satisfactory way

Voorbeeld:
•
She sings very good.
Ze zingt heel goed.
•
He did good on the test.
Hij deed het goed op de test.

Zelfstandig Naamwoord

het goede, welzijn

that which is morally right; righteousness

Voorbeeld:
•
Always try to do good.
Probeer altijd het goede te doen.
•
He dedicated his life to the common good.
Hij wijdde zijn leven aan het algemeen welzijn.
Antoniem:

Uitroep

goed

used to express approval or satisfaction

Voorbeeld:
•
Good! You made it on time.
Goed! Je bent op tijd gekomen.
•
Good, let's start the meeting.
Goed, laten we de vergadering beginnen.
Antoniem: