Betekenis van het woord harry in het Nederlands

Wat betekent harry in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

harry

US /ˈher.i/
UK /ˈhær.i/

Werkwoord

1.

lastigvallen, kwellen, plagen

to persistently harass or annoy someone

Voorbeeld:
The children would often harry their parents with endless questions.
De kinderen zouden hun ouders vaak lastigvallen met eindeloze vragen.
The constant noise began to harry him.
Het constante lawaai begon hem te kwellen.
2.

plunderen, bestoken, verwoesten

to make a destructive raid on (a place)

Voorbeeld:
The Vikings would often harry coastal villages.
De Vikingen zouden vaak kustdorpen plunderen.
Enemy forces continued to harry the supply lines.
Vijandelijke troepen bleven de bevoorradingslijnen bestoken.