Betekenis van het woord having in het Nederlands

Wat betekent having in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

having

US /ˈhævɪŋ/
UK /ˈhævɪŋ/

Werkwoord

hebbend

present participle of 'have'

Voorbeeld:
•
She is having a great time at the party.
Ze is een geweldige tijd aan het hebben op het feest.
•
They are having dinner right now.
Ze zijn nu aan het eten.

Zelfstandig Naamwoord

het hebben, bezit

the act of possessing or experiencing something

Voorbeeld:
•
Having a good education is crucial for success.
Het hebben van een goede opleiding is cruciaal voor succes.
•
The joy of having a family is immeasurable.
De vreugde van het hebben van een gezin is onmetelijk.