Betekenis van het woord heritage in het Nederlands

Wat betekent heritage in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

heritage

US /ˈher.ɪ.t̬ɪdʒ/
UK /ˈher.ɪ.tɪdʒ/
"heritage" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

erfgoed, erfenis

property that is or may be inherited; an inheritance

Voorbeeld:
•
The old house was part of her family's heritage.
Het oude huis maakte deel uit van het erfgoed van haar familie.
•
He received a substantial heritage from his grandparents.
Hij ontving een aanzienlijk erfgoed van zijn grootouders.
2.

erfgoed, cultureel erfgoed

something that is handed down from the past, as from a tradition or culture

Voorbeeld:
•
Cultural heritage is important to preserve.
Cultureel erfgoed is belangrijk om te bewaren.
•
The city takes pride in its rich historical heritage.
De stad is trots op haar rijke historische erfgoed.