Betekenis van het woord hitch in het Nederlands
Wat betekent hitch in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
hitch
US /hɪtʃ/
UK /hɪtʃ/
Werkwoord
1.
koppelen, vastmaken
to fasten or tie (something) to something else
Voorbeeld:
•
He hitcheda trailer to his car.
Hij koppelde een aanhangwagen aan zijn auto.
•
Can you help me hitch this rope to the post?
Kun je me helpen deze lijn aan de paal te bevestigen?
2.
liften, een lift krijgen
to get a free ride in a person's car; to hitchhike
Voorbeeld:
•
They decided to hitch a ride to the next town.
Ze besloten een lift te krijgen naar de volgende stad.
•
She tried to hitch a lift from a passing truck.
Ze probeerde een lift te krijgen van een passerende vrachtwagen.
Zelfstandig Naamwoord
1.
hapering, probleem
a temporary difficulty or problem
Voorbeeld:
•
We had a slight hitch with the projector, but it's working now.
We hadden een kleine hapering met de projector, maar hij werkt nu.
•
The plan went off without a hitch.
Het plan verliep zonder een hapering.
2.
knoop, lus
a knot or loop used to fasten something
Voorbeeld:
•
He tied a secure hitch to keep the boat from drifting.
Hij legde een stevige knoop om de boot niet te laten wegdrijven.
•
Learn how to tie a proper hitch for climbing.
Leer hoe je een goede knoop moet leggen om te klimmen.
Gerelateerd Woord: