Betekenis van het woord homebound in het Nederlands
Wat betekent homebound in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
homebound
US /ˈhoʊmˌbaʊnd/
UK /ˈhəʊmˌbaʊnd/
Bijvoeglijk Naamwoord
aan huis gebonden, huisgebonden
confined to the home by illness, infirmity, or old age
Voorbeeld:
•
The elderly woman was homebound after her surgery.
De oudere vrouw was aan huis gebonden na haar operatie.
•
Many homebound patients rely on visiting nurses for care.
Veel aan huis gebonden patiënten zijn afhankelijk van wijkverpleegkundigen voor zorg.