Betekenis van het woord hurry in het Nederlands

Wat betekent hurry in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

hurry

US /ˈhɝː.i/
UK /ˈhʌr.i/
"hurry" picture

Werkwoord

1.

opschieten, zich haasten

move or act with great speed

Voorbeeld:
•
We need to hurry if we want to catch the train.
We moeten opschieten als we de trein willen halen.
•
Don't hurry, take your time.
Haast je niet, neem de tijd.
2.

bespoedigen, aanjagen

cause to move or act with great speed

Voorbeeld:
•
The bad weather hurried their departure.
Het slechte weer bespoedigde hun vertrek.
•
Don't hurry me, I'm doing my best.
Haast me niet, ik doe mijn best.

Zelfstandig Naamwoord

haast, spoed

a state of urgency or eagerness to do something

Voorbeeld:
•
There's no hurry, we have plenty of time.
Er is geen haast, we hebben genoeg tijd.
•
She left in a great hurry.
Ze vertrok in grote haast.