Betekenis van het woord illusion in het Nederlands

Wat betekent illusion in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

illusion

US /ɪˈluː.ʒən/
UK /ɪˈluː.ʒən/
"illusion" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

illusie, gezichtsbedrog

a thing that is or is likely to be wrongly perceived or interpreted by the senses

Voorbeeld:
•
The magician created an amazing illusion.
De goochelaar creëerde een verbazingwekkende illusie.
•
The desert heat created an illusion of water on the road.
De woestijnhitte creëerde een illusie van water op de weg.
2.

illusie, waanidee

a false idea or belief

Voorbeeld:
•
He was under the illusion that he could sing.
Hij leefde in de illusie dat hij kon zingen.
•
Many people live with the illusion of control over their lives.
Veel mensen leven met de illusie van controle over hun leven.