Betekenis van het woord incumbency in het Nederlands
Wat betekent incumbency in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
incumbency
US /ɪnˈkʌm.bən.si/
UK /ɪnˈkʌm.bən.si/
Zelfstandig Naamwoord
1.
ambtsperiode, ambt
the period during which someone holds an official position
Voorbeeld:
•
During his incumbency, the economy grew significantly.
Tijdens zijn ambtsperiode groeide de economie aanzienlijk.
•
The president's first year of incumbency was marked by several reforms.
Het eerste jaar van de ambtsperiode van de president werd gekenmerkt door verschillende hervormingen.
2.
het zittende ambt, het bekleden van een ambt
the holding of an office or the state of being an incumbent
Voorbeeld:
•
The advantages of incumbency often make it difficult for challengers to win elections.
De voordelen van het zittende ambt maken het vaak moeilijk voor uitdagers om verkiezingen te winnen.
•
The candidate emphasized his long record of public service and his experience in incumbency.
De kandidaat benadrukte zijn lange staat van dienst in openbare dienst en zijn ervaring in het zittende ambt.
Gerelateerd Woord: