Betekenis van het woord infected in het Nederlands

Wat betekent infected in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

infected

US /.ɪnˈfek.t̬ɪd/
UK /ɪnˈfek.tɪd/
"infected" picture

Bijvoeglijk Naamwoord

1.

geïnfecteerd, besmet

affected by a disease-causing organism

Voorbeeld:
•
The wound became infected and required medical attention.
De wond raakte geïnfecteerd en vereiste medische aandacht.
•
He had an infected tooth that caused him a lot of pain.
Hij had een geïnfecteerde tand die hem veel pijn bezorgde.
2.

geïnfecteerd, besmet

containing a computer virus or other malicious software

Voorbeeld:
•
Be careful when opening attachments from unknown senders; they might be infected.
Wees voorzichtig met het openen van bijlagen van onbekende afzenders; ze kunnen geïnfecteerd zijn.
•
His computer was severely infected with malware.
Zijn computer was ernstig geïnfecteerd met malware.

Werkwoord

infecteerde, besmette

past tense and past participle of 'infect'

Voorbeeld:
•
The virus infected many computers in the network.
Het virus infecteerde veel computers in het netwerk.
•
The doctor confirmed that the patient had been infected with the flu.
De dokter bevestigde dat de patiënt met de griep was geïnfecteerd.