Betekenis van het woord integrity in het Nederlands

Wat betekent integrity in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

integrity

US /ɪnˈteɡ.rə.t̬i/
UK /ɪnˈteɡ.rə.ti/
"integrity" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

integriteit, eerlijkheid

the quality of being honest and having strong moral principles; moral uprightness.

Voorbeeld:
•
He is a man of great integrity.
Hij is een man van grote integriteit.
•
The judge's integrity was unquestionable.
De integriteit van de rechter was onbetwistbaar.
2.

integriteit, heelheid

the state of being whole and undivided.

Voorbeeld:
•
The structural integrity of the building was compromised.
De structurele integriteit van het gebouw was aangetast.
•
Maintaining the territorial integrity of the nation is crucial.
Het handhaven van de territoriale integriteit van de natie is cruciaal.