Betekenis van het woord jitter in het Nederlands

Wat betekent jitter in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

jitter

US /ˈdʒɪt̬.ɚ/
UK /ˈdʒɪt.ər/

Zelfstandig Naamwoord

zenuwen, angst, nervositeit

a feeling of nervousness or anxiety

Voorbeeld:
•
I always get the jitters before a big presentation.
Ik krijg altijd de zenuwen voor een grote presentatie.
•
The news gave me the jitters.
Het nieuws gaf me de zenuwen.

Werkwoord

wiebelen, trillen, nerveus zijn

to feel nervous or anxious

Voorbeeld:
•
He started to jitter as the exam time approached.
Hij begon te wiebelen toen de examentijd naderde.
•
The caffeine made her jitter.
De cafeïne deed haar trillen.
Gerelateerd Woord: