Betekenis van het woord lamb in het Nederlands

Wat betekent lamb in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

lamb

US /læm/
UK /læm/
"lamb" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

lam

a young sheep

Voorbeeld:
•
The shepherd carried a newborn lamb in his arms.
De herder droeg een pasgeboren lam in zijn armen.
•
A flock of sheep and their lambs grazed in the field.
Een kudde schapen en hun lammeren graasden in het veld.
2.

lam, lamsvlees

the flesh of a young sheep used as food

Voorbeeld:
•
We had roasted lamb for dinner.
We hadden geroosterd lam als avondeten.
•
The recipe calls for a leg of lamb.
Het recept vraagt om een lamsbout.

Werkwoord

lammeren

to give birth to a lamb

Voorbeeld:
•
The ewe is expected to lamb next week.
De ooi zal naar verwachting volgende week lammeren.
•
Many ewes lambed early this spring due to the mild weather.
Veel ooien lammerden vroeg dit voorjaar door het milde weer.