Betekenis van het woord leads in het Nederlands

Wat betekent leads in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

leads

US /liːdz/
UK /liːdz/

Werkwoord

1.

leiden, voeren

to guide or direct in a particular direction

Voorbeeld:
The path leads to the river.
Het pad leidt naar de rivier.
She always leads the team to victory.
Zij leidt het team altijd naar de overwinning.
2.

leiden, aanvoeren

to be in charge of or command

Voorbeeld:
He leads the marketing department.
Hij leidt de marketingafdeling.
Who leads the discussion today?
Wie leidt de discussie vandaag?

Zelfstandig Naamwoord

1.

aanwijzing, spoor

a piece of information or an indication that may help to resolve a problem or mystery

Voorbeeld:
The detective followed several leads in the case.
De detective volgde verschillende aanwijzingen in de zaak.
We need more leads to solve this puzzle.
We hebben meer aanwijzingen nodig om deze puzzel op te lossen.
2.

lead, potentiële klant

a potential customer or client

Voorbeeld:
The sales team generated many new leads this quarter.
Het verkoopteam genereerde dit kwartaal veel nieuwe leads.
We need to follow up on these promising leads.
We moeten deze veelbelovende leads opvolgen.