Betekenis van het woord liveaboard in het Nederlands
Wat betekent liveaboard in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
liveaboard
US /ˈlaɪv.ə.bɔːrd/
UK /ˈlaɪv.ə.bɔːd/
Zelfstandig Naamwoord
woonbootbewoner, iemand die op een boot woont
a person who lives on a boat, especially for an extended period
Voorbeeld:
•
Many liveaboards enjoy the freedom of moving from one port to another.
Veel woonbootbewoners genieten van de vrijheid om van de ene haven naar de andere te varen.
•
The marina has special facilities for liveaboards.
De jachthaven heeft speciale faciliteiten voor woonbootbewoners.
Bijvoeglijk Naamwoord
woonboot-, om op een boot te wonen
designed or used for living on a boat
Voorbeeld:
•
They bought a liveaboard sailboat for their retirement.
Ze kochten een woonboot zeilboot voor hun pensioen.
•
The company offers liveaboard diving trips.
Het bedrijf biedt woonboot duiktrips aan.