Betekenis van het woord meanness in het Nederlands

Wat betekent meanness in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

meanness

US /ˈmiːn.nəs/
UK /ˈmiːn.nəs/

Zelfstandig Naamwoord

1.

gemeenheid, boosaardigheid

unkindness, malice, or ill will

Voorbeeld:
•
His act of meanness shocked everyone.
Zijn daad van gemeenheid schokte iedereen.
•
She couldn't believe the sheer meanness of his words.
Ze kon de pure gemeenheid van zijn woorden niet geloven.
2.

gierigheid, krenterigheid

the quality of being stingy or ungenerous

Voorbeeld:
•
His financial meanness was well-known among his relatives.
Zijn financiële gierigheid was welbekend onder zijn familieleden.
•
The meanness of his tip surprised the waiter.
De gierigheid van zijn fooi verraste de ober.