Betekenis van het woord peak in het Nederlands

Wat betekent peak in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

peak

US /piːk/
UK /piːk/
"peak" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

piek, hoogtepunt

the point of highest activity, intensity, or achievement

Voorbeeld:
•
The athlete reached the peak of his career at the age of 28.
De atleet bereikte de piek van zijn carrière op 28-jarige leeftijd.
•
Traffic usually reaches its peak between 5 PM and 6 PM.
Het verkeer bereikt meestal zijn piek tussen 17.00 en 18.00 uur.
2.

top, piek

the pointed top of a mountain or hill

Voorbeeld:
•
They finally reached the mountain peak after a long climb.
Ze bereikten eindelijk de bergtop na een lange klim.
•
From the peak, we could see the entire valley.
Vanaf de top konden we de hele vallei zien.

Werkwoord

pieken, een hoogtepunt bereiken

reach a maximum; achieve the highest point of activity, intensity, or achievement

Voorbeeld:
•
The singer's popularity peaked in the 1990s.
De populariteit van de zanger piekte in de jaren negentig.
•
The stock market peaked last month before a slight decline.
De aandelenmarkt piekte vorige maand voordat er een lichte daling was.

Bijvoeglijk Naamwoord

piek, hoogtepunt

at the point of highest activity, intensity, or achievement

Voorbeeld:
•
The company is currently in its peak production period.
Het bedrijf bevindt zich momenteel in zijn piekproductieperiode.
•
We need to avoid traveling during peak hours.
We moeten reizen tijdens de piekuren vermijden.