Betekenis van het woord pilot in het Nederlands

Wat betekent pilot in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

pilot

US /ˈpaɪ.lət/
UK /ˈpaɪ.lət/
"pilot" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

piloot

a person who operates the flying controls of an aircraft

Voorbeeld:
•
The pilot announced that we were beginning our descent.
De piloot kondigde aan dat we begonnen met onze daling.
•
She dreams of becoming an airline pilot.
Ze droomt ervan om luchtvaartpiloot te worden.
2.

loods

a person who steers a ship, especially one who has local knowledge of a harbor or river

Voorbeeld:
•
The harbor pilot guided the large vessel safely into port.
De havenloods leidde het grote schip veilig de haven in.
•
A river pilot is essential for navigating treacherous waterways.
Een rivierloods is essentieel voor het navigeren op verraderlijke waterwegen.
3.

pilotaflevering, proefaflevering

a television film or an episode of a series made to test audience reaction with a view to the production of a regular series

Voorbeeld:
•
The network ordered a pilot for the new comedy series.
Het netwerk bestelde een pilot voor de nieuwe comedyserie.
•
If the pilot is successful, they will produce a full season.
Als de pilot succesvol is, zullen ze een volledig seizoen produceren.

Werkwoord

besturen, loodsen

act as a pilot of (an aircraft or ship)

Voorbeeld:
•
She learned to pilot a small plane at a young age.
Ze leerde op jonge leeftijd een klein vliegtuig besturen.
•
The captain will pilot the ship through the narrow channel.
De kapitein zal het schip door het smalle kanaal loodsen.

Bijvoeglijk Naamwoord

pilot, proef

done or used to test a new idea, product, or system

Voorbeeld:
•
They are running a pilot program to test the new software.
Ze voeren een pilotprogramma uit om de nieuwe software te testen.
•
The company launched a pilot project in a few selected cities.
Het bedrijf lanceerde een pilotproject in enkele geselecteerde steden.