Betekenis van het woord pips in het Nederlands
Wat betekent pips in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
pips
US /pɪps/
UK /pɪps/
Meervoudig Zelfstandig Naamwoord
1.
pitjes, zaden
small hard seeds in a fruit
Voorbeeld:
•
She carefully removed the pips from the apple before eating it.
Ze verwijderde voorzichtig de pitjes uit de appel voordat ze hem opat.
•
Orange pips are bitter if you chew them.
Sinaasappelpitjes zijn bitter als je erop kauwt.
2.
stippen, ogen
a small spot or mark, especially on a playing card or domino
Voorbeeld:
•
The domino had six pips on one side and three on the other.
De domino had zes stippen aan de ene kant en drie aan de andere.
•
He needed a card with two pips to complete his hand.
Hij had een kaart met twee stippen nodig om zijn hand compleet te maken.
3.
pip, kippenziekte
a disease of poultry, especially chickens, characterized by a discharge from the nostrils and mouth, and a scale on the tongue
Voorbeeld:
•
The farmer was worried about his chickens getting the pips.
De boer maakte zich zorgen dat zijn kippen de pip zouden krijgen.
•
Symptoms of the pips include a thick discharge and a scale on the tongue.
Symptomen van de pip zijn onder andere een dikke afscheiding en een schilfer op de tong.
Gerelateerd Woord: