Betekenis van het woord running in het Nederlands

Wat betekent running in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

running

US /ˈrʌn.ɪŋ/
UK /ˈrʌn.ɪŋ/
"running" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

lopen, rennen

the action or movement of a runner

Voorbeeld:
•
He enjoys long-distance running.
Hij geniet van langeafstandslopen.
•
Her running technique is excellent.
Haar looptechniek is uitstekend.
2.

werking, gang van zaken, beheer

the management or operation of something

Voorbeeld:
•
The smooth running of the business is crucial.
De soepele werking van het bedrijf is cruciaal.
•
She is responsible for the daily running of the office.
Zij is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken op kantoor.

Bijvoeglijk Naamwoord

1.

rennend, lopend

moving at a fast pace on foot

Voorbeeld:
•
He came running to help me.
Hij kwam rennen om me te helpen.
•
The children were running around in the park.
De kinderen waren aan het rennen in het park.
2.

werkend, draaiend, lopend

in operation or active

Voorbeeld:
•
The machine has been running for hours.
De machine is al uren aan het draaien.
•
Keep the water running while you brush your teeth.
Laat het water lopen terwijl je je tanden poetst.